Sporen van de Tempelieren in Nederland - http://www.tempelieren.nl - © Ben Brus 2008
Bij het bladeren in een oude atlas van Gelderse gemeenten (J.Kuyper, Gemeente Atlas van de Provincie Gelderland. Leeuwarden, 1868.) viel op, dat een boerderij aan de Maas bij Overasselt de naam “Tempel” droeg. Bij Beuningen werd “Den Olden Tempel” gevonden. In Boven-Leeuwen en in Ochten bleken ook huizen te liggen die “De Tempel” werden genoemd.
|
|
Boerderij / veerhuis “De Tempel”aan de Maasdijk bij Overasselt. ( Foto: Lieske BrusOverman )
Merkwaardig, in een beperkt Gelders rivierengebied treft men vier behuizingen aan met eenzelfde niet bepaald voor de hand liggende naam. Het zijn bovendien blijkbaar geen doorsnee boerderijen. Op de betrokken gemeentekaarten worden maar weinig individuele gebouwen met hun naam aangegeven. Deze vier wel. Klaarblijkelijk gaat het om hofsteden, die om een of andere reden markant zijn. Dit alles kan geen toeval zijn. Is er een verklaring voor?
Zou het kunnen zijn, dat de voorgangers
van deze gebouwen indertijd - in de twaalfde en dertiende eeuw -
eigendom waren van “De Tempel”, de Orde van de
Tempelieren, en dat zij daaraan hun naam hebben te danken?
Het is
op het eerste gezicht een gewaagde veronderstelling. Maar het is een
bekend feit, dat in Parijs, Londen, Bristol en Berlijn en in zeer
veel andere Franse en Engelse steden en dorpen door de eeuwen heen de
naam “Tempel” bewaard bleef voor gebouwen, straten en
wijken, die ooit op een of andere wijze met de Tempelorde in verband
hebben gestaan. Waarom zou dit in ons land niet het geval kunnen
zijn?
Het lag voor de hand, om eerst eens bij historici te rade te gaan, om te zien of daar steun voor de veronderstelling te vinden zou zijn. Het resultaat van een korte speurtocht stelde teleur. Over de aanwezigheid van de Tempelieren in Nederland bleek nauwelijks iets bekend. Een monografie erover is niet te vinden. Men treft slechts verspreide opmerkingen. Een overzicht van vestigingen ontbreekt eveneens. Wanneer er in jongere tijd door historici over kommanderijen en andere bezittingen van de Tempel in Nederland werd geschreven, dan was dit met grote terughoudendheid en scepsis. Slechts van een enkele kommanderij wordt het bestaan als bewezen beschouwd. Argument daarbij is veelal, dat in archieven maar heel weinig uit de betrokken eeuwen zelf stammende vermeldingen van de aanwezigheid van de Tempelorde in ons land te vinden zijn. Dit in tegenstelling tot de situatie in ons omringende landen. Daar bestaat met betrekking tot “De Tempel” een rijke geschiedkundige literatuur, gebaseerd op talrijke oorspronkelijke documenten. In onze vaderlandse geschiedenis is de aanwezigheid van de Tempelorde min of meer een blinde vlek.
De vraag, die blijft, is dan: zijn er andere tekenen, die wijzen in de richting van de aanwezigheid van de Tempelieren in ons land?
Met betekking tot “De Tempel”
in Overasselt blijkt dit inderdaad het geval.
Een gesprek
met de bewoners gaf reeds te denken. Het volgende werd verteld. De
boerderij was van ouds tevens veerhuis en herberg. De oude gelagkamer
was nog steeds aanwezig. Het veer heette indertijd “Het
Tempelveer”. De weg langs de boerderij naar de voormalige
aanlegplaats van het veer wordt nog steeds “De Tempelweg”
genoemd. Bij een verbouwing binnenshuis was men op zwaar muurwerk
gestoten. Daarbij kwamen scherven aan het licht, die als
dertiende-eeuws werden gedateerd. Met betrekking tot het huis deden
verhalen de ronde over mannen in het wit, “een soort
geestelijken”, die zich met iets als hagepreken hadden bezig
gehouden.
In een gesprek met de projectleider van de
Archeologische Werkgemeenschap, afdeling Nijmegen en Omstreken, bleek
voorts, dat aan de overzijde van de Maas bij Linden
opgravingen hadden plaatsgevonden op een wat hoger liggend terrein,
dat van oudsher “Het Tempelierenklooster” werd
genoemd. Men vond er sporen van een rechthoekig grachtenstelsel,
restanten van een aanlegplaats, enkele kloostermoppen, puin en een
tweetal zware houten peddels. Geschat werd, dat een en ander uit de
dertiende of veertiende eeuw stamde.
Eikenhouten peddel, gevonden op de bodem van een dichtgeslibde kreek bij het “Tempelierenklooster” bij Linden. (Foto: Lieske Brus-Overman )
Hiermee is het gewaagde vermoeden, dat de
Tempelorde haar naam gaf aan de betrokken boerderij, veranderd in een
zeer plausibele veronderstelling. Zelfs is het nu aannemelijk, dat de
Tempelheren hier ooit een overzetveer in stand hebben gehouden..
Immers, bekend is, dat de Tempelieren soldaat-monniken waren, die
zich in de twaalfde en dertiende eeuw bezig hielden met het
behulpzaam zijn van pelgrims en het beveiligen van pelgrimsroutes. De
Maas was ook toen een belangrijke verkeersweg. Het ligt voor de hand
- gezien de “Tempelweg” naar de aanlegplaats van het veer
en de restanten van een aanlegplaats aan de overkant - dat er ook
toen verkeer over land heeft plaats gevonden. Aan beide zijden komt
nu nog de naam “Tempel” voor. Aan de ene oever in verband
met een veerhuis-herberg en een weg, aan de andere kant samen met de
term “klooster”. Op beide lokaties aan weerszijde van de
Maas werden archeologische vondsten gedaan, die stammen van rond
1300. Aan de noordzijde leven vage verhalen over “geestelijken
in witte gewaden”.
Een dwingend bewijs vormt dit alles
niet. Maar van sterke aanwijzingen voor de aanwezigheid van de
Tempelorde mag toch wel gesproken worden.
Tot zover de aanleiding
tot deze site.
Een vraag is nu: geldt iets soortgelijks voor de andere bovengenoemde behuizingen, waarbij de naam “Tempel” wordt aangetroffen? Meer algemeen gesteld:
Zijn er in Nederland locaties te vinden, die ervan “verdacht” kunnen worden vestigingen of eigendom van de Tempelorde te zijn geweest, en in hoeverre zijn er aanwijzingen te vinden, die een dergelijk vermoeden ondersteunen,...... eventueel ondergraven?
Antwoorden op deze vragen zullen slechts bij uitzondering kunnen leiden tot een definitieve opheldering van de genoemde blinde vlek. Doorgaans zal er ruimte blijven voor twijfel. Maar een overgang van blindheid naar slechtziendheid - zich uitend in de vorm van gegronde vermoedens - vormt een niet te versmaden winst. Bovendien, het totaaloverzicht over deze vermoedens kan verbanden en regelmatigheden aan het licht brengen, die op zich interessant zijn, en die het geheel aan geloofwaardigheid doen winnen.
Intussen is reeds gebleken, dat bij het merendeel van “verdachte” locaties door omwonenden niet aan een verband met de Tempelorde wordt gedacht. Veelal wordt bij gerichte navraag de idee van een samenhang van de hand gewezen en als weinig reële verwerpelijke fantasterij beschouwd . Mocht het beantwoorden van de gestelde vragen in bepaalde gevallen resulteren in een gegrond vermoeden, dan kan dit in de toekomst bij archiefonderzoek en bij graafwerkzaamheden tot grotere alertheid, en bijgevolg tot meer gerichte aandacht en mogelijk tot verdere verheldering leiden.
|
1 - Hoe worden “verdachte lokaties” opgespoord? |
|
|
|
Een eerste aanknopingspunt is doorgaans een toponiem: de naam
van een straat, een boerderij of ander gebouw, van een grondstuk
of een landgoed, waarin de term “tempel” voorkomt. Als
bron hiervoor wordt gebruik gemaakt van: kaarten, atlassen en
encyclopedieën (voornamelijk oude), van een register van
straatnamen, van databanken als van het Meertens Instituut, van
het aardrijkskundig woordenboek van Van der Aa en van toevallige
vondsten en mededelingen. Tot heden leverde dit een tachtigtal
locaties op. Zie verder: Mogelijke
vestigingen in Nederland.
|
|
2 - Welke verdere aanwijzingen kunnen naast de naam geacht worden te duiden op een relatie met de Tempelorde?
|
|
|
|
In het wilde weg zoeken lijkt hier geen goede strategie. Naar vermogen zullen we ons een beeld moeten vormen van wat we hopen te vinden. Een zo goed mogelijk idee is dus nodig van de wijze waarop de Tempelorde indertijd aanwezig is geweest en van de aard van de sporen, die zij kan hebben achtergelaten. Aan het zoeken naar aanwijzingen diende bijgevolg enige studie vooraf te gaan naar de geaardheid en verschijningswijze van de Tempelorde. Een weerslag van deze literatuurstudie, met aan het eind een opsomming van mogelijke aanwijzingen, biedt de volgende pagina van deze site, getiteld: De Tempelorde. Een tweetal opmerkingen is hier op zijn plaats.
|
|
3 - Hoe worden de aanwijzingen met betrekking tot een bepaalde locatie achterhaald?
|
|
|
|
Archief-onderzoek en archeologisch onderzoek leveren
ongetwijfeld de meest overtuigende aanwijzingen. Het moge
duidelijk zijn, dat het uitgesloten is, dat dergelijk onderzoek in
het kader van deze site wordt uitgevoerd. Het enige, wat in dit
opzicht mogelijk is, is het zorgvuldig bijeenbrengen van
resultaten van dergelijk door anderen verricht onderzoek. Hiertoe
wordt kennis genomen van wat vastgelegd is met betrekking tot de
lokale geschiedenis. Plaatselijke bibliotheken en archieven worden
bezocht. Met lokale historische verenigingen wordt contact
opgenomen. Daarnaast wordt de situatie zelf bekeken en wordt met
omwonenden gesproken over ter plaatse levende verhalen en
traditionele opvattingen. Het resultaat van dit zoekwerk wordt hierna weergegeven op de
pagina: Mogelijke
vestigingen in Nederland. Alle tot dusver gevonden “verdachte”
locaties zijn daar vermeld. Slechts van een gedeelte hiervan
werden reeds nadere gegevens verzameld. In dat geval zijn ze in de
lijst met een vette letter aangegeven. Een link voert dan
naar een pagina met nadere bijzonderheden. Het is de bedoeling, dat dit overzicht verder wordt bijgewerk,t naar mate het werk vordert. Nogmaals, op- en aanmerkingen en voorstellen tot aanvulling worden graag tegemoet gezien: Bij voorbaat dank.
|
|
4 - Tot slot zal op de pagina discussie een blik teruggeworpen worden op hetgeen gevonden werd
|
|
|
|
Op het ogenblik is nog weinig te overzien, waartoe dit uiteindelijk zal leiden. Wel werden al enkele “voorlopige conclusies” geformuleerd en werd ingegaan op andere verklaringsmogelijkheden van het toponiem “Tempel”. |