Sporen van de Tempelieren in Nederland - http://www.tempelieren.nl - © Ben Brus 2003-2012
Voorst bij Gendringen
In Voorst bij Gendringen op de boerderij “Kranenhuus” ligt een stukje grond, dat van ouds her “De Tempel” wordt genoemd. Vlak erbij ligt een ander stuk met de merkwaardige naam ”’t Dal van Josaphat”. ( Tekaat, 2de deel, pg. 120.) Aan de bewoners is over de herkomst van deze namen niets bekend.
Uit de begroeiing van het grondstuk
“De Tempel” bleek in het verleden - vooral in droge
perioden - dat hier ooit een grachtenstelsel heeft gelegen. Ook werd
er puin opgeploegd. “’t Dal van Josaphat” was een
diepere plek in het terrein, zonder afvoer, waarin zich in natte
tijden water verzamelde. Mogelijk was het een restant van een
visvijver. Enige tientallen jaren geleden werd het terrein
geëgaliseerd, zodat deze verschijnselen nu minder waarneembaar
zijn.
De naam “De Tempel” is van oude datum. Een
passage uit de “Thiendrolle van de Voorster Raaythiend” (
Archief Huis Bergh – Inv.no. 4045.) uit 1781 luidt: “No.23.
Een stukje bouwland, Den Tempel genaamd, van de
Pastory van Aanholt. Pagter Evert Velderbos.” ( Tekaat
1ste deel, pg. 101.) Ook de naam van de boerderij is van
oude datum. “Craenhuus” komt reeds voor in een document
uit 1370. In een “Urkunden”-boek staat voorts opgetekend,
dat Fürst Karl Otto zu Salm, Heer van Anholt, in 1667 “die
Einkünfte aus dem Gute Cranenstede und dem Lande
Tampel” beschikbaar stelt voor de kerk te Anholt. Als
tegenprestatie “muss er (de pastoor van Anholt) in
den 4 Jahreszeiten für die Stifter eine Messe lesen”.
(Archief Salm/Salm Anholt. Urkunde 2381 - 4527, dd. 28 december
1667). Tot voor enkele tientallen jaren was deze regeling nog van
kracht. De betrokken oorkonde is overigens een samenvatting van een
aantal oudere documenten. Uit de formulering blijkt, dat de “Tampel”
toen nog als een van de Cranenstede te onderscheiden zelfstandig
domein werd opgevat.
Merkwaardig is, dat op enkele tientallen
meters afstand van dit grondstuk de “Voorstse Straat”
loopt. Dit is nu een weg van geringe betekenis, een lokale
grensovergang naar Duitsland. Eeuwenlang was het echter een
belangrijke “internationale” verkeersweg. Ze liep over de
hogere gronden aan de rechterzijde van de Oude IJsel, van Doesburg
over Terborg naar Anholt.( Petersen, pg. 195 - 203.) Ze vormde
een verbinding tussen de boven Doesburg gelegen Nederlandse gebieden
en Rijnland / Westfalen.
De geschiedenis van deze weg gaat echter
verder terug. Op enkele honderden meters afstand van de akker “De
Tempel”, juist over de Duitse grens, ligt aan de weg een
gehucht, “De Regniet” genaamd. In de omgeving komen
meerdere locaties voor met deze naam. Het zijn de plaatsen waar de
Romeinen indertijd versterkte wachttorens bouwden. De Rijn stroomde
in die tijd meer noordelijk, van Rees via Megchelen en Netterden naar
Elten. Hierlangs richtten deRomeinen een verdedigingsstrook in, met
wachttorens. Deze werden onderling verbonden met dienstwegen. In
latere eeuwen werden dit vaak handelswegen, zoals de latere Voorstse
Straat. ( Winands, pag. xx)
Reeds in de middeleeuwen was dit een belangrijke verkeersroute.( Petersen, pg. 199 – 201. Tekaat, 1ste deel, pg. 36 – 39.) Op de grens van Voorst, bij Ulft, stak men toen via een voord het riviertje de Aa-Strang over. Voor 1682 werd de voord vervangen door een brug, de “Bonte Brug” genaamd. Zeker vanaf die tijd werd hier tol geheven Na 1690 nam het verkeer over de Voorstse Straat sterk toe. De weg werd toen een van de belangrijkste Hessenroutes. ( Petersen, pg. 336 – 338.) Gevolg was, dat de weg door de zware breedsporige wagens veel te lijden had en op den duur bijna onberijdbaar werd. Het traject door Voorst was namelijk laag gelegen. Het liep door een gebied van strangen en broeklanden. De grond was bovendien lemig. Van ouds moest de weg door de omwonende “huislieden” onderhouden worden. Voor deze weinig omvangrijke groep werd dit een te zware last. Uit de achttiende eeuw stammen talrijke documenten, waarin de moeilijkheden en conflicten rond de Voorstse Straat tot uiting komen. In die eeuw wordt ze “een gemeene weg voor de Hessen-Karren, Postwagens enz.” genoemd. Vanaf 1712 was ze een schakel in de “Churfúrstlche fahrende Post”, met verbindingen van Amsterdam naar Berlijn Leipzig, enz.( Petersen, pg. 378 en 379. Tekaat, 2de deel, pg. 129 – 131.) Nog op een kaart van 1823 wordt ze ingetekend als een van de weinige ”Groote Wegen of Heerbanen”. Na 1850 raakt ze in onbruik, ze degradeert tot een weg van slechts lokale betekenis. Dit neemt niet weg, dat ze in 1940 nog een van de belangrijke invalroutes was voor het Duitse leger. Hoeveel legereenheden waren voorgegaan?
Merkwaardig is, dat deze Voorstse Straat vlak bij het grondstuk “De Tempel” een oude rijnstrang kruist. Nu is dit een onbetekenende, ten dele gedempte waterloop. Indertijd was ze van meer betekenis. Ze wordt nog steeds overbrugd door de Wiendels-, Wijnholts- of Wienoltsbrug. Van 1675 tot 1765 werd hier tol geheven.( Petersen, pg. 310.) De eventuele vestiging van de Tempelorde bevond zich dus aan een doorgaande weg, daar waar deze een waterloop kruiste. Indertijd lag hier ongetwijfeld een voorde.
Samenvattend: de naam “De
Tempel”en een tweede merkwaardige naam, die ook aan de
kruistochten doet denken, tekenen van een gebouw op een wat hoger
gelegen grondstuk, met sporen van grachten, gelegen aan een moeilijke
passage en bij een voorde in een belangrijke eeuwenoude
“internationale” route laten te samen weinig ruimte voor
twijfel. Naar alle waarschijnlijkheid bevond zich hier in Voorst ooit
een steunpunt van de Tempelorde.
Literatuur:
Petersen,
J.W.van: Reizen is Tol betalen. De verkeersontwikkelingen
in en om het
gebied van Rijn en IJssel tot de Bataafse
omwenteling van 1795.
Aalten, 2002. ISBN 90-70017-63-6.
Tekaat, Hans; Miep Brus-Van de Leur; Joseph Brus; Henk
Liftink; Evert Rosier:
Voorst, grensland door de eeuwen heen.
Uitg.Schutterij “Eendracht”, Voorst. 1ste deel,
1988. pag. 36 - 39 en 101. 2e deel, 1992. pag. 120 en 129 -
131.
Winands, W.J.: Het Kerspel en Gemeente Netterden.